is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zedelijk handelen berusten op een juist inzicht, de onzedelijkheid omgekeerd op een valsch verstandelijk oordeel of dwaling. Bij Socrates b.v. is de deugd gegrondvest op weten en zij wordt daarmede leerbaar geacht: hoe meer de mensch door nadenken zijn inzicht verruimt en in de kennis van het wezen der dingen doordringt, des te hooger trap van zedelijkheid zal hij bereiken en des te meer zijn leven in overeenstemming brengen met de eischen der moraal. Ook bij Hobbes zagen wij in zijn bovengenoemde staatstheorie een ethisch intellectualisme gehuldigd: de zedelijkheid vloeit volgens dien wijsgeer voort uit weldoordachte overweging, uit een gemeenschappelijk overleg om uit welbegrepen eigenbelang de voor alle leden voordeelen biedende samenleving tusschen een groot aantal individuen, ieder met zijn egoïstische neigingen, mogelijk te maken. Bij Leibniz is eveneens het zedelijke en het rationeele identisch: de zedelijkheid berust op heldere en juiste voorstellingen. In 't algemeen trouwens zijn wijsgeeren, die veel met het hoofd werken, en vooral de rationalisten en dogmatici onder hen, geneigd aan het verstand een overwegende beteekenis toe te kennen. En afgezien daarvan, staat ook in onzen tijd het utilisme, zooals het bv. door Bentham werd gepredikt — volgens wien de diening van het algemeen belang niet als bij Shaftesbury voortvloeit uit een instinkt van solidariteit, maar uit een weldoordacht oordeelsproces, — op een intellectualistischen bodem, waar het 't zedelijke vaststelt op grond van

10