is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overwegingen omtrent nuttigheid en geluksaanbrenging.

Tegenover al die stroomingen nu staat de gevoelsmoraal. Verstandelijk doorzicht, zoo wordt hier geleerd, brengt den wil nog niet in beweging; voor zedelijk handelen is de kennis van het goede niet voldoende, maar moet daaraan zeker impulsief gevoel zijn toegevoegd, dat een streven wekt om het als goed erkende ook in praktijk te brengen. Dat gevoel nu is volgens de Engelsche wijsgeeren der vorige eeuw, als Shaftesbury, Hume en Smith, te vinden in de ons allen aangeboren s) mpathie, d. w. z. het vermogen en de aandrift om ons te verplaatsen in het gevoelsleven van anderen. In deze is de ware drijfveer te zoeken van alle zedelijke gedraging; het verstand treedt daarbij slechts op als raadgevend leidsman. In plaats dus van aan de rede en het weldoordacht besluit, wordt hier de hoofdrol in het zedelijk gedrag toegekend aan een natuurlijk sentiment, dat prikkelt tot altruïstische daden en dat als een soort van instinkt werkzaam is niet zoozeer in het belang van het individu als wel in dat der soort. Bij Schopenhauer vinden wij eveneens een gevoel, namelijk dat van medelijden, d. i. een onderdeel der algemeene sympathie, als hoofdbron van alle zedelijkheid aangegeven, en dat medelijden vloeit volgens hem voort uit een onbewust gevoel van den onderlingen samenhang tusschen alle levende schepselen als behoorende tot éénzelfde hoogere eenheid.

De aangeboren sympathie wordt versterkt door een zucht tot gezelligheid, die zijn grond vindt in bi oio-