is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gische omstandigheden. Zoowel voor het behoud van eigen leven als voor het welzijn van hen wier leven hem dierbaar is, heeft de mensch behoefte aan de hulp en den steun van anderen, zoodat reeds zijn zucht tot zelfbehoud alsmede het besef van gemeenschappelijke belangen gevoelens in hem wekken van solidariteit. De ervaring leert hem, dat wederkeerig hulpbetoon, ook al gaat dit dikwijls gepaard met eene opoffering van eigen lusten, onmisbaar is voor de bereiking van datgene waartoe de krachten van den enkeling niet volstaan. Tnstinktief treft men dit besef reeds aan bij de in kudden samenlevende diersoorten; en bij den mensch met zijn hooger geestesleven breidde het zich nog aanmerkelijk uit.

Inderdaad is de sympathie als een vorm van emotioneele aanstekelijkheid, in welke vormen zij zich ook uit, een der hechtste grondslagen, ja een onmisbare voorwaarde van moraliteit. Oorspronkelijk strekte zij zich slechts uit over familieverwanten en stamgenooten. terwijl alle verder afstaanden vrijwel als onverschilligen of als vijanden beschouwd werden. Zoodoende was zij in den aanvang nog beperkt tot de naaste omgeving, met welke de mensch door persoonlijke banden verbonden was. Maar in den loop zijner ontwikkelingsgeschiedenis breidde het sympathisch gevoel zich meer en meer uit, om ten slotte zelfs het geheele mensch<3om te omvatten. ')

l) Zie over de sympathie uitvoeriger in Hoofdst. III mijner Ethische Studiën, pag. 46—61.