Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDIVIDUALISME EN UNIVERSALISME.

§ 5. Individualisme en Universalisme.

Een andere gewichtige tegenstelling in de moraalphilosophie, en wel ten opzichte van het doel der zedelijkheid, vindt men in de individualistische en de universalistische richtingen, al naarmate de zedelijkheid geacht wordt er in de eerste plaats te zijn ter wille van het individu dan wel van de gemeenschap. Zoo draagt de Grieksche wijsbegeerte een beslist individualistisch karakter. Het doel der moraal ligt hier niet in eenig streven naar lotsverbetering der groote menigte, noch in een bevordering van het algemeen welzijn, maar in een streven naar persoonlijke bevrediging en geluk, en wel door middel van een verruimd inzicht en verhelderd oordeel. Uit den aard der zaak bleef dit laatste voorbehouden aan een kleine minderheid, een geestelijke elite of aristocratie: het sociaal karakter der ethiek werd nog volkomen miskend. Een zoodanige beschouwingswijze was slechts mogelijk in een maatschappij van heeren en slaven en kon onmogelijk langer in stand blijven, toen de meer democratisch gezinde leer van het Christendom zich ging verbreiden en de wereld veroverde.

Evenwel, al predikte het Christendom een algemeene liefde tot den naaste, het vertoonde toch ook weer in zooverre een individualistisch karakter, als het den mensch als zedelijke verplichting voorschreef een streven naar eigen volmaking om daarmede te voldoen aan zijn zedelijke bestemming. Elke godsdienst trouwens is ge-

Sluiten