Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de leeringen van sommige Grieksche wijsgeeren, en later ook in die van Helvetius e. a. Hier toch hebben wij te doen met een egoïstisch gekleurd hedonisme. De Cyrenaische school van Aristippus plaatste daarbij het individueel genoegen eenzijdiglijk in zinnelijken lust, met veronachtzaming van de meer geestelijke en intellectueele genietingen. Natuurlijk voert zulk een leer tot een ethisch materialisme, dat de lustgevoelens van hooger orde achterstelt bij lichamelijk zingenot. Maar aangezien dit getuigt van een groote bekrompenheid, die in strijd komt met al wat de ervaring ons leert, heeft die leer als stelsel nooit veel ingang gevonden, noch een groote rol gespeeld in de geschiedenis der wijsbegeerte. Reeds bij de Grieken werd zij aanmerkelijk gewijzigd door Epicurus, die, hoewel het individualistisch karakter der moraal behoudend, den nadruk legde op de niet-zinnelijke genietingen als kunst, wetenschap en zielevrede, aan welke hij de hoogste waarde toekende en voor welke hij zingenot zelfs zeer storend en nadeelig achtte. Daarin is het moderne Engelsch utilisme met hem medegegaan, maar het heeft tevens aan de geluksnastreving een universalistisch karakter gegeven. ')

*) Voor het Eudaemonisnie zie mijn Ethische Studiën, Hfdst. IV, pag. 61—73.

Sluiten