is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten slotte harmonisch samengaan van deugd en geluk, d. i. een persoonlijke onsterfelijkheid. Het is duidelijk, dat met deze rationalistische beweringen Kant min of meer ontrouw raakte aan de uitkomsten van zijn kritiek van het kenvermogen, en dat de metaphysische bespiegeling, d&ar verjaagd, hier weer binnensloop. Yoor de onverbiddelijke consequentie van zijn criticisme is hij in zijn „praktische Vernunft" teruggedeinsd; en in plaats daarvan heeft hij een minnelijke schikking willen sluiten tusschen de eischen van zijn scherpzinnigen critischen geest en de behoeften van zijn godsdienstig aangelegd gemoed, in verband met zijn piëtistische opvoeding en het disciplinair regime van den Staat waarin hij leefde.

Als het wezen der zedelijkheid wordt, gelijk wij vroeger zagen, nu eens aangemerkt de gehoorzaamheid aan goddelijke geboden, dan weer een streven naar 's menschen gelukzaligheid, en dan weer een streven naar volkomenheid en zelfvolmaking. Yoor Spinoza bestond de zedelijkheid in een beheerschen der affecten door de rede. Ook Kant was, — in tegenstelling van Rousseau's optimisme, herleefd in het hedendaagsche anarchisme, — de meening toegedaan, dat de zedewet of kategorische imperatief in tegenspraak verkeerde met 's menschen natuurlijke neigingen, en dat aan een handeling slechts dan moreele waarde kon worden toegekend, wanneer zij in strijd was met die neiging, aangezien zij anders alle karakter van deugdzaamheid verloor. Van een