Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisch geoordeeld, geboden voor te schrijven die zich niet aanpassen aan 's menschen natuurlijke geaardheid, en daarmede ten eenenmale gedoemd blijven tot onvruchtbaarheid. Alle zedelijke gedragingen toch hangen samen met de zoo krachtdadig werkende gevoelens van lust en onlust; en daarom is elk beroep op 's menschen geweten en plichtsgevoel onvoldoende, indien het omgaat buiten zijn aangeboren streven naar zelfbevrediging. Een moraal, die apodictisch eisclien stelt en voorschriften geeft zonder rekening te houden met 's menschen natuurlijke neigingen en begeerten, kan wèl zeer schoon klinken, maar zij zal weinig invloed oefenen op 's menschen doen en laten. „Want de moraal," zegt Schopenhauer op de hem eigen drastische wijze, „ heeft te maken met het werkelijke handelen der menschen en niet met aprioristische kaartenhuizen, aan welke zich in den ernst en het gedrang des levens geen mensch storen zou, en wier werking dus tegenover den storm der hartstochten evenzooveel zou beteekenen als die van een klysteerspuit bij een grooten brand."

De evolutionistische ethiek sluit zich nauw aan bij de algemeene ontwikkelingstheorie van Darwin en van Spencer. Zij beschouwt de zedelijke normen niet als absolute grootheden, maar zoekt de zedelijke verschijnselen langs genetischen weg te verklaren. Men kan hier twee richtingen onderscheiden: een historischsociologische en een biologische, hoewel beide veel verwantschap met elkaar vertoonen. De historische

Sluiten