Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de behandeling in de Tweede Kamer der Staten-Generaal van het Wetsontwerp tot invoering der Successie-belasting in de rechte lijn, zei de Heer Patijn tot toelichting van zijn amendement op art. 3, o. a. het navolgende:

,.Ik zal het niet afkeuren. Mijnheer de \ oorzitter, dat de Minister met de vrijstellingen verder is gegaan dan zijn voorganger, en ik verheug er mij in, dat er een breede kring in de maatschappij zal zijn, die door de belasting op zich zelve niet in het minst getroffen wordt. Maar voor allen zonder onderscheid zal het voorschrift gelden om in te dienen eene specifieke memorie van aangifte, opdat de administratie kunne beoordeelen, of al dan niet van hen belasting moet worden gevorderd.

Nu zou ik ieder lid der Vergadering wel willen verzoeken, om de wet ter hand te nemen en te zien. welke vormen, door art. 10 en de artikelen waarnaar verwezen wordt, geëischt worden, om te kunnen indienen eene dergelijke memorie van aangifte.

Een noodzakelijk gevolg van de onveranderde invoering van dit ontwerp op dit punt zou zijn, dat alle belastingschuldigen, ook zij die niet zullen betalen, om te kunnen opmaken eene behoorlijke memorie van aangifte, hunne toevlucht zullen moeten nemen tot een notaris.

Nu zal ik de laatste zijn om af te keuren, dat een notaris voor zulk een arbeid behoorlijk beloond wordt, maar het gevolg zal zijn, dat er kosten zullen gelegd worden ook op die ingezetenen. voor wie die kosten reeds een zware last zullen zijn.

Sluiten