is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Denken wi j nu eens aan den kleinen winkelier, die ons door den geachten afgevaardigde uit Hoorn geschilderd is, en die reeds wordt gedrukt door dat patentrecht, hetwelk hem zoo onbillijk treft; aan den kleinen pachter, dien de belasting op het personeel reeds drukt, en ik voeg er bij, men denke aan dien breeden kring van ambtenaren, die van hun karig traktement moeten leven — ik zeg karig in verhouding tot de behoeften van den tegenwoordigen tijd — aan dat groote getal gepensioneerden, die niets dan een klein pensioen hebben. Wanneer een van al dezen komt te sterven, dan gaat ook in den regel, met het hoofd van het gezin, de voornaamste bron van inkomsten ten grave. En wat zal dan gebeuren? Dan zal niet de fiscus komen en de honderdste penning eischen, zooals men gezegd heeft, maar deze wet zal dan eene bittere ironie worden. Men zal tot de erfgenamen zeggen: successierecht zullen wij niet van u vorderen, omdat gij te arm zijt, wij zullen u dien last niet opleggen, maar tegelijkertijd zullen zij door deze wet genoopt worden het dubbel, zoo niet meer, te betalen, om te bewijzen, dat zij geen penning in de belasting kunnen bijdragen. Op die wijze zou deze wet zijn een bittere ironie en bovendien eene oekonomische ketterij inhouden. Wanneer toch deze belastingwet onveranderd wordt aangenomen, dan zal zij 't meest drukken op hen, die men vrij wil stellen. In ruim de helft van de gevallen, waarin men in de rechte lijn ervende, niet zal behoeven te betalen, zullen toch de ingezetenen gedrukt worden door de kosten eener specifieke aangifte.

Verder geloof ik, dat in den regel die belastingen af te keuren zijn, waarvan de perceptiekosten onevenredig hoog zijn.

Ik erken, dat men de kosten van het opmaken der memorie van aangifte niet bepaald perceptiekosten kan noemen, maar het zijn toch kosten, die men maken moet, om te constateeren of en hoeveel belasting zal moeten worden betaald. Men zou ze kunnen noemen indirecte perceptiekosten, onevenredig hoog en waarbij de staat niets profiteert. Die overwegingen hebben er mij toe geleid, om een amendement voor te stellen op art. 3, waardoor ik mij vlei, dat het bezwaar zal wegvallen."

Het amendement van den Heer Patijn werd aangenomen, dat