is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3 der wet van 1897.

De roerende zaken bij het overlijden onder den overledene berustende of voor hem door anderen bewaard of bezeten, worden voor de regeling van de rechten van successie en van overgang geacht tot zijn boedel, of zoo hij in algeheele gemeenschap van goederen was gehuwd, tot de gemeenschap te behooren.

Hetzelfde geldt van de schuldvorderingen en aandeelen, waarvan de aan toonder of houder luidende bewijzen bij zijn overlijden onder hem berustten of voor hem door anderen werden bewaard of bezeten.

De verplichting tot afgifte kan worden opgenomen onder de schulden bedoeld in art. 27 letter a der wet van den 13den Mei 1859 (Staatsblad n°. 36), zooals dat luidt volgens art. 1, § 2 dezer wet, mits aan de in dat artikel gestelde eischen zij voldaan of anders aan 's Rijks ambtenaar, daartoe door den Minister van Financiën aangewezen, of aan den rechter, zoo niet naar de eischen van het burgerlijk recht, dan toch overtuigend worde aangetoond, dat de zaken of waarden reeds vóór het overlijden aan anderen toebehoorden. Voor zoover de verplichting tot afgifte onder de schulden kan worden opgenomen, blijven de waarden buiten aanmerking bij de berekening van het recht van overgang, vermeld onder n°. 1 van art. 1.