is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en twintig jaren wordt verkregen, op de wijze bij art. 23, n°. 2, eerste lid, aangeduid.

Art. 26. x)

Het regt van overgang, vermeld onder n°. 1 van art. 1, wordt geheven over de waarde van het kapitaal, bepaald op de wijze bij art. 23, n°. 1, aangeduid onverschillig of het in vollen eigendom dan wel onder bezwaar van fideï-commis of onder den last van vruchtgebruik of van periodieke uitkeering wordt verkregen.

Art. 27.

Voor de regeling van het regt van successie kunnen geene andere lasten en schulden worden afgetrokken dan de navolgende

Lasten:

de begrafeniskosten, andere dan die in art. 367, n°. 4, van het Burgerlijk Wetboek bedoeld.

Artikel 1195 n°. 2 van het Burgerlijk Wetboek is, voor zooveel de aldaar bepaalde bevoegdheid des regters betreft, in dezen van toepassing.

Onder de begrafeniskosten kunnen worden begrepen de sommen, besproken of uitgekeerd voor de uitvaart van den erflater en de, te zijnen behoeve, te doene kerkelijke diensten of te vieren godsdienstige plegtigheden, sedert den dag van zijn afsterven tot en met het eerste jaargetijde na zijn overlijden, en zulks geëvenredigd aan den stand en het vermogen van den overledene, met inachtneming van het plaatselijk gebruik en bijzondere omstandigheden.

Hetgeen te dier zake meer is besproken wordt beschouwd als legaat aan niet verwante personen.

i) Verg. artt. 3 lid 3, 7 lid 3, 9 lid 2 en 10 lid 1 wet 1897.