is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schulden:

a. de schulden ten laste van den overledene mits aan de volgende voorwaarden zij voldaan:

van elke schuld moet in de aangifte het bedrag, de oorsprong, de tijd van het ontstaan en de naam van den schuldeischer worden vermeld;

van haar bestaan moet reeds vóór het overlijden het bewijs in regten zijn te leveren geweest; in de aangifte moeten de autenthieke of onderhandsche geschriften of de andere middelen waarmede dat bewijs zou kunnen zijn geleverd, worden omschreven;

de onderhandsche geschriften die als bewijsmiddel worden vermeld, moeten reeds vóór het overlijden in de magt van den schuldeischer zijn geweest; dat de aangever overtuigd is dat zulks het geval was, moet in de aangifte worden verklaard;

in de aangifte moet worden verklaard dat den aangever niet gebleken is dat de daarin gemelde bewijzen werden opgemaakt of afgegeven om de betaling van successieregten te ontgaan. De schulden, waaromtrent deze verklaring niet naar waarheid kan worden afgelegd, worden beschouwd als „schuld, welke niet uit den boedel moet worden betaald", in den zin van het in art. '28 voorkomende eedsformulier.

b. interesten, renten, huren en pachten, tot en met den dag van het overlijden;

c. de schulden, op het tijdstip van het overlijden, voortspruitende uit het beroep van den overledene.

Wanneer de schulden, onder de letters a en c vermeld, door dertigjarige verjaring, en die onder de letter b