is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„betaald; dat ik de buitenlandsche bezittingen (zoo er „zijn) en de roerende goederen, welker waarde uitfluitend naar de begrooting des aangevers wordt gerekend, op die waarde heb gesteld, welke ik ingemoede „vermeen bij de wet te worden gevorderd; dat ik even,,zeer in gemoede vermeen, dat geene waarden, niet ,,in de aangifte vermeld, uit den boedel zijn of zullen „worden afgegeven, welke naar mijne overtuiging „niet reeds vóór den dood des erflaters aan den daartoe „aangewezene in eigendom toebehoorden; eindelijk „zweer (beloof) ik, dat ik dadelijk aangifte zal doen van „en de regten van successie en van overgang zal voldoen „voor al hetgeen ik naderhand zal vernemen niet of „kwalijk te hebben aangegeven."

„Zoo waarlijk helpe mij God almagtig." (Dat beloof ik.)

Indien de aangifte door een gemagtigde gedaan is, wordt de eed afgelegd door de personen namens wie de aangifte is gedaan, behoudens het bepaalde bij art. 32.

Indien de aangifte gedaan is door of namens meerdere erfgenamen in de regte nederdalende linie of wettelijke vertegenwoordigers van dezen, wordt de eed slechts afgelegd door één hunner, daartoe door den Rijksambtenaar aan te wijzen bij eene door hem binnen vijf dagen na de aangifte aan de gekozene of bij gebreke daarvan door de wet aangewezene woonplaats gezondene kennisgeving op ongezegeld papier. \ oor de toepassing van deze bepaling wordt met de erfgenamen in de regte nederdalende linie gelijkgesteld de langstlevende echtgenoot, die van den eerststervende erft, terwijl kind of kinderen uit hun huwelijk verwekt of afstammelingen daarvan aanwezig zijn.

Art. 29.

Geen eed wordt afgelegd:

a. voor boedels, waarvan het actief, volgens de specifieke aangifte, geen drie honderd gulden te boven gaat;