is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blad n°. 95) wordt gesteld op een bedrag, gelijk aan dat van het verschuldigd recht.

Art. 38.

Wanneer de binnen het Rijk gelegen of gevestigde onroerende zaken, in art. 23, n°. 1, onder de letters a en c, en de door de aangevers gewaardeerde roerende zaken, aldaar onder de letters b,d en ƒ vermeld, voor de regeling hetzij van het regt van successie, hetzij van de regten van overgang, niet overeenkomstig hunne wezenlijke waarde schijnen te zijn aangegeven, is 's Rijks ambtenaar bevoegd, eene waardeering door deskundigen te vorderen.

De vordering geschiedt bij exploit, houdende vermelding der som, waarop 's Rijks ambtenaar het goed waardeert, het bedrag hetwelk voor regt en boete wordt verschuldigd geacht, en dagvaarding voor den kantonregter van het kanton, waarin de overledene zijn laatste woonplaats had, of, wanneer het onroerende zaken betreft, waar het te waarderen goed, of het voornaamste gedeelte daarvan, volgens het kadastrale inkomen, gelegen is, ten einde zich omtrent de keuze van drie deskundigen te verstaan, of, bij gebreke daarvan, dezen door den regter, ambtshalve, te hooren benoemen.

Art. 224, alin. 1 en 2, artt. 225 tot 229, art. 230, alin. 2. art. 231, alin. 1, artt. 232 en 233 van het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering zijn in dezen toepasselijk.

De deskundigen maken van hunne bevinding een behoorlijk gedagteekend en onderteekend proces-verbaal, vermeldende de verschillende door hen aan het goed toegekende waarden, zonder opgave van ieders persoonlijk gevoelen.

Indien twee deskundigen het eens zijn, wordt hunne waardeering, indien zij allen verschillen, een derde gedeelte van het gezamenlijk bedrag voor de waarde gehouden.