is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITEL IV.

VAN DE VERVOLGING EN DE VERJARING.

Art. 62.

De vervolging door 's Rijks ambtenaren voor de invordering der regten, verhoogingen en boeten krachtens deze wet verschuldigd, en de terugvordering door de belanghebbenden van betaalde regten, verhoogingen en boeten, worden op dezelfde wijze ingesteld en behandeld als bij de wetten op de registratie is bepaald.

Art. 63.

Er is verjaring:

1°. in geval van verzuimde aangifte, voor de invordering van het regt van successie, van het regt van overgang, van verhoogingen van regt en van boete, na vijf jaren, te rekenen van den dag van het overlijden, wanneer dat binnen het Rijk heeft plaats gehad, of in geval van overlijden buiten het Rijk, van den dag der inschrijving van de acte van overlijden in de registers van den burgerlijken stand hier te lande, of van den dag waarop acten of stukken, waaruit het overlijden blijkt, gekomen zijn ter kennis van den rijks-ambtenaar, bij wien de aangifte is of had moeten worden gedaan. Er kan evenwel in dit laatste geval geene vordering worden ingesteld, wanneer dertig jaren na den dag van het overlijden zijn verloopen.

In de gevallen bij het laatste lid van art. 20 bedoeld, na vijf jaren, te rekenen van den dag, waarop de termijn van aangifte ingaat.

In het geval, bij art. 59 vermeld, na vijf jaren, te rekenen van den dag der magtiging, der registratie van de acte, of der in-bezit-treding;