is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. voor de invordering der boeten, wegens te late eedsaflegging verbeurd, na een jaar, te rekenen van den dag waarop de eed is afgelegd;

3°. voor liet vragen van waardering door deskundigen volgens art. 38, na twee jaren, te rekenen van den dag der aangifte;

4°. voor de invordering of bijvordering van het, op de memorie van aangifte, verschuldigde of te weinig geheven regt en verhooging, voor de vordering tot teruggave van betaalde regten, verhoogingen en boeten, na twee jaren, te rekenen van den dag der aangifte.

Indien de vordering tot betaling of teruggave van eene voorwaarde afhankelijk is, begint de termijn te loopen van den dag, waarop zij is vervuld of ontbreekt.

5°. voor de vorderingen, bedoeld bij de artt. 36 en 37, na twee jaren, te rekenen van het tijdstip waarop acten of stukken, waaruit blijkt of het gegrond vermoeden ontstaat dat verzuim heeft plaats gehad of verkeerde opgaven zijn gedaan, gekomen zijn ter kennis van den rijks-ambtenaar, bij wien de aangifte gedaan is of gedaan had moeten worden.

Indien de vervolging gedurende één jaar wordt gestaakt. zonder dat zij voor den regter is aanhangig gemaakt, is de verjaring onherroepelijk verkregen.

SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN.

Art. 64. x)

Het is 's Rijks ambtenaar, zoowel dengene ten wiens kantore de memoriën van aangifte en bijlagen worden

1) Verg. art. 5 lid. 2 wet 1897, artt. 13 en 32 wet 29 Sept. 1892 (Stbl. n°. 223) op de Vermogensbelasting en de artt. 36 en 28 der wet van 2 Oct. 1893 (Stbl. n°. 149) op de Bedrijfsbelasting.