Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN DER WET VAN DEN 28STEN MEI 1869 (STAATSBLAD N°. 95).

Art. 2.

Op verervingen of verkrijgingen door overlijden, vóór de invoering dezer wet plaats gehad hebbende, blijven, behoudens het bepaalde bij § 29 van art. 1 *), van toepassing de bepalingen der wetten, onder welker werking de vererving of verkrijging heeft plaats gehad.

Het regt, betaald of verschuldigd wegens verervingen of verkrijgingen van zaken, onder den last van vruchtgebruik of periodieke uitkeeringen, kan echter ten gevolge van overgangen van den eigendom door overlijden na die invoering niet meer vervallen.

Indien de betaling van dat regt is of wordt opgeschort, gelden omtrent het doen van aangifte en omtrent de betaling van dat regt, bij het eindigen van het vrucht gebruik of het ophouden der periodieke uitkeering, de daaromtrent bij de wet van 13 Mei 1859 (Staatsblad n°. 36) gemaakte bepalingen.

Zij die, op de wijze bij art. 50 der evengemelde wet voorzien, tot den vollen eigendom of het vol genot komen of geacht worden te komen, kunnen, indien de opgeschorte regten, ten gevolge van herhaalde vererving van den blooten eigendom, meer mogten bedragen dan vijftien percent in hoofdsom van de waarde, welke de volle eigendom op het tijdstip der laatste vererving had, met de betaling van die vijftien percent volstaan.

Art. 3.

Deze wet treedt in werking den lsten Julij 1869.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieële Departemen-

*) Zie art. 67 hiervoor.

Sluiten