Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze de aangifte, door hun debiteur te doen, moeten medeonderteekenen. (P. W. 6342, 6822, 6823 en 9167.)

Is de voogdij of curateele opengevallen of verlaten, ot is de voogd of curator tijdelijk verhinderd deze uit te oefenen, dan is de toeziende voogd of curator tot het indienen der aangifte verplicht, wanneer zoodanige indiening, geen uitstel kan leiden, (art. 431 j . ait.

506 B- W-) . . , . u ' l Moet aangifte geschieden voor een kmd wiens beide

ouders in leven en met elkaar gehuwd zijn, dan wordt, behoudens het geval \an scheiding van tafel en bed. de aangifte gedaan door den vader, tenzij deze uit de ouderlijke macht mocht zijn ontzet of daarvan ontheven, als wanneer de moeder tot aangifte gehouden is. (Verg. P. W. 5528.)

Staat de vader onder curateele en is de moeder overleden of buiten de mogelijkheid om de voogdij uit te oefenen dan zal de curator, die dan volgens art.

507 B. W. voogd is, aangifte moeten doen. (cf. P. AV. 5528.)

Onder „curators" behoort ook de curator van een failliet, (cf. S. v. E. n°. 123 en de AVilde § 413.)

17. De aangifte kan volgens art. 18 der wet geschieden krachtens eene schriftelijke, aan de memorie

gehechte volmacht.

De volmacht moet schriftelijk zijn, doch kan^ in algemeene bewoordingen worden gesteld. (Circ. 878.)

Het Bestuur nam b.v. genoegen met eene volmacht „om de nalatenschap te regelen" of „om de erfrechten in de nalatenschap te verkoopen en alles meer te doen ot te laten verrichten hetgeen zal worden gevorderd.'

(P. AV. 6342.)

Zij moet aan de aangifte zijn vastgehecht; in de praktijk wordt evenwel met de overlegging daarbij genoegen genomen.

Is zij in onderhandschen vorm opgemaakt, dan be-

Sluiten