is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevolkingsregister ingeschreven, hetgeen niet als bewijs voor verandering van woonplaats kan worden beschouwd. (Vonnis Rechtbank Amsterdam 28 Maart 1889. P. W. 7978).

Iemand, die zijn hoofdverblijf heeft op een in Nederland thuis behoorend schip en dus op dat vaartuig zijn domicilie heeft, zal, indien hij buitenslands aan boord overlijdt, overeenkomstig het in het Volkenrecht geldend beginsel „Schip is territoir" zijn domicilie in ons land hebben en dus volgens de successiewet ingezeten van het Kijk zijn. (cf. Vonnis Rechtbank Amsterdam, 11 Mei 1897, P. W. 8969).

Het bestuur der registratie scheen, blijkens de beslissing opgenomen in P. W. 8968, in een geval dat een scheepskapitein, na expiratie der huur van zijn huis aan den wal. zich met zijne vrouw metterwoon aan boord van zijn schip vestigde, het gevoelen der Amsterdamsche rechtbank niet te deelen en grondde zijne beslissing op de overweging, dat, ingevolge de bepaling van art. 75 B.W., de verandering van woonplaats stand grijpt door de werkelijke woning in eene andere plaats, gevoegd bij het voornemen om aldaar zijn hoofdverblijf te vestigen en dat het hebben van zijn hoofdverblijf aan boord van een schip niet tengevolge heeft het zich vestigen in eene andere gemeente, hetzij binnen, hetzij buiten het Rijk.

19. De vraag of men gelijktijdig meer dan één hoofdverblijf kan hebben, wordt bevestigend beantwoord door Opzoomer I, 144, Asser en van Heusde 1,114 en Land I, 52; ontkennend door Diephuis I, 270 en arrest Provinciaal gerechtshof in Noord-Holland dd. 22 December 1870. (P. W. 5978.)

20. Van veel belang is, voor de toepassing der successiewet, de vraag waar het domicilie is van iemand, die zijn hoofdverblijf heeft verlaten, met het doel om