is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar wordt aangenomen, aan het rechte kantoor nog eene aangifte behoort te worden ingediend, daar de erfgenaam zich dan nog niet naar behooren van zijn verplichting heeft gekweten.

Indien echter aan het verkeerde kantoor ook het recht is betaald, kan geen aangifte meer worden gevorderd, daar alsdan de belasting is voldaan. (Verg. de Wilde § 459.)

d. Hoe moet de aangifte geschieden?

24. De wet vordert eene ,,schriftelijke memorie."

De memorie is de grondslag voor de berekening der verschuldigde rechten. Zij verbindt o. a. tot betaling over het bedrag, dat zij als geërfd of verkregen aanwijst. Wanneer men nn in aanmerking neemt, dat voor alle onderhandsche geschriften, om eenige uitwerking te hebben, de onderteekening der partij of der partijen het allereerste en volstrekt onmisbare vereischte daarstelt, zonder welke aan geene daaruit voortspruitende verplichting of verbintenis bij mogelijkheid kan worden gedacht" *) — dan komt men tot de gevolgtrekking, dat de onderteekening een vereischte is van de memorie. Wanneer men tevens in aanmerking neemt „dat als onderteekening van een onderhandsch geschrift in geenen deele kan gelden een door de partijen of een derzelve gesteld kruisje of kruismerk, ook al wordt het stellen daarvan door de naamteekening van twee andere personen bevestigd", dan komt men tot de conclusie, dat eene aangifte, met een kruisje geteekend, niet voldoet aan de wet, dat zij b.v. niet de grondslag kan zijn voor eene vordering van het successierecht, krachtens zulk een stuk berekend, evenmin tot instelling eener gerechtelijke waardeering enz.

Het bestuur der registratie, ofschoon zijne instemming betuigende met bovengemeld arrest van den Hoogen Raad, dat trouwens algemeen als juist wordt beschouwd,

') Arrest van den H.R. van 16 Mei 1846, P. W. 1846, n°. 275.