Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zijn, dan kan, als er geen sprake is van kwade trouw, het zegelrecht nog zonder boete betaald worden. (P. W. 6773.)

27. Zij die tot het doen van aangifte gehouden zijn. behoeven dit niet gezamenlijk bij één stuk te doen. Iedere aangifte behoort alsdan alle bij de wet vereischte opgaven in te houden. Van iedere nalatenschap moet evenwel afzonderlijke aangifte worden gedaan; aangifte van twee of meer nalatenschappen bij ééne memorie voldoet niet aan den eisch der wet (P. VV. 5118.)

<

e. Binnen welken tijd moet de aangifte geschieden?

28. De termijn is bij art. 20 der successiewet bepaald op 6 maanden, te rekenen van den dag van het overlijden zoo dit binnen het Rijk in Europa; 8 maanden zoo het binnen Europa buiten het Rijk; 12 maanden zoo het in een ander werelddeel voorvalt.

Voor de aangiften bedoeld in art. 59 der successiewet en de artt. 5, 14 en 18 van die van 1897, is in die artikelen een termijn bepaald (zie daarvoor de aant. op de formulieren dier aangiften.)

Volgens art. 61 kan de termijn van aangifte evenwel in bijzondere gevallen door den Minister van Financiën worden verlengd.

De termijnen worden gerekend bij maanden; wanneer dus iemand binnen 's lands op 28 of 29 Februari overlijdt, kan uiterlijk op 31 Augustus daarna aangifte worden gedaan. (P. W. 1334, 4498.)

Indien de laatste dag van den termijn valt op een Zondag, op den 2den Paaschdag, Hemelvaartsdag. 2den Pinksterdag, de Kerstdagen of den Nieuwjaarsdag, is, volgens het Bestuur der registratie de volgende dag nog binnen den termijn. (P. W. 4255, 9419.)

29. Voor den erfgenaam of legataris die, wegens latere omstandigheden, anders dan tengevolge van

Sluiten