is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval van overlijden buiten het Rijk, van den dag der inschrijving van de akte van overlijden in de registers van den burgerlijken stand hier te lande, of van den dag waarop stukken of akten, waaruit het overlijden blijkt, gekomen zijn ter kennis van den ontvanger, bij wien de aangifte is of had moeten worden ingediend.

In het laatste geval kan evenwel geene vordering worden ingesteld, wanneer 30 jaren na den dag van het overlijden verloopen zijn.

Uit de bepaling dat de 5jarige verjaringstermijn ingeval verzuimde aangifte ingaat op den dag van het overlijden, volgt, dat voor hem, die tengevolge van de vernietiging van een testament als erfgenaam optreedt de gewone of 30jarige verjaringstermijn eerst ingaat, wanneer het vonnis, waarbij de nietigheid is uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan. Vonnis rechtbank 's Hertogenbosch dd° 26 Mei 1893 (P. W. 8388.) en arrest H.R. dd° 13 April 1894, waarmede het Bestuur der registratie zich heeft vereenigd. (P. W. 8552.)

36. Het recht tot vordering eener nadere aangifte verjaart volgens art. 63 n°. 5 met 2 jaren, te rekenen van af het tijdstip, waarop akten of stukken, waaruit blijkt dat eenig verzuim of verkeerde opgave, bedoeld bij art. 36 der wet, gekomen zijn ter kennis van den ontvanger, bij wien de aangifte is ingediend ot ingediend had behooren te worden.

Het Bestuur der registratie leert, dat deze verjaringstermijn ingaat op het tijdstip, waarop de ontvanger, door eene vergelijking van de memorie van aangifte met andere te zijnen kantore bekend geworden akten ot stukken, de verzwijging kon ontdekken, zoodat, wanneer deze reeds tijdens de indiening aan zijn kantoor bekend waren, de termijn op dat tijdstip aanvangt. (P. W. 7326, 8196, 9281, 9650.)

Hij die zich op de verjaring beroept zal uit den aard der zaak moeten bewijzen, dat de akten of stukken