is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds meer dan 2 jaren vóór de vordering der nadere aangifte ter kennis van den ontvanger kwamen. (\ onnis A. R. Maastricht 7 Juni 1866, P. W. 5033.)

37. Beëediging van aangiften.

Met uitzondering van de uitdrukkelijk bij art. '29 daarvan vrijgestelde aangiften, vordert de wet, als waarborg voor hare deugdelijkheid de beeedigmg van alle successieaangiften van boedels van ingezetenen des Rijks, op de wijze in de artt. 28 en 30 voorgeschreven.

Alleen de primitieve aangiften, niet de nadere zijn aan beëediging onderworpen. Worden evenwel na eene aangifte, die is vrijgesteld van eed, bij nadere memorie baten aangegeven, die met de primitief aangegevene de aangifte eedplichtig zouden maken, dan geldt de vrijstelling niet meer en moet de laatste aangifte worden beëedigd. (Circ. 878. Verg. ook P. W. 8712.)

38 De eed moet worden afgelegd binnen eene maand na de aangifte of de hiervoorbedoelde nadere

Een aangifte op 15 Februari ingediend zal dus uiterlijk 15 Maart en eene op 31 Januari ingeleverd, uiterlijk 28 of 29 Februari moeten worden beëedigd. (Circ. 878.)

Valt de laatste dag van een termijn op een Zondag, dan wordt de eed gerekend tijdig te zijn afgelegd, wanneer dit op den daarop volgenden dag heeft plaats

gehad. (P. W. 4255.)

De door het bestuur bij P. W. 9419 genomen vrijgevige beslissing dat de termijnen van aangifte en betaling mede niet loopen op de daar vermelde erkende Christelijke feestdagen en Nieuwjaarsdag mag met op den termijn voor de beëediging worden toegepast.

Volgens art. 61 kan de Minister van Financiën in bijzondere gevallen den termijn van beëediging verlengen.