is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook oordeelde het, dat wanneer eene vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid, bedoeld in art. 421 B.W., de voogdij over een minderjarige uitoefent, het voldoende is, dat eene, voor hem door de leden van het bestuur ingediende aangifte, door één hunner wordt beëedigd; (verg. P. W. 9005.) en dat eene aangifte door een gehuwde vrouw, met bijstand van haren man ingediend, zoomede een door beide echtgenooten gedaan van eene in de gemeenschap vallende verkijging der vrouw, door den man alleen kan worden bezworen. (P. W. 6743, 9006.)

41. Daar alleen de aangevers, dat zijn zij, die aangifte hebben gedaan volgens eene daartoe bij de wet opgelegde verplichting of daarbij toegekende bevoegdheid, (dus niet b.v. de legatarissen die vrijwillig aangifte doen), tot de beëediging gehouden zijn, vervalt die verplichting, indien een aangever na de indiening overlijdt of krankzinnig wordt; zij gaat niet over op zijne erfgenamen of, indien hij b.v. als voogd aangifte deed. op den toezienden voogd. (P. W. 1035, 1337, 4032.)

42. Wordt door iemand bij de memorie van aangifte eener nalatenschap tevens aangifte gedaan van een door hem. tengevolge van des erflaters overlijden bij opvolging verkregen vruchtgebruik, dan moet hij, behalve den in art. 28 omschreven eed, ook nog dien van art. 30 afleggen. (P. W. 8389.)

43. Is de aangifte door een lasthebber ingediend, dan legt hij namens wien aangifte werd gedaan, den eed of de dezen vervangende verklaring af, tenzij de lasthebber overeenkomstig art. 32 successiewet van den Minister van Financiën toelating heeft bekomen, den eed krachtens eene bijzondere volmacht af te leggen, in welk geval de lasthebber de aangifte vermag te be-