Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ëedigen op de gewone wijze voor den kantonrechter te zijner keuze.

Deze toelating kan alleen worden verkregen ingeval van ziekte, afwezigheid buiten het Rijk of eenige andere wettige reden van verhindering.

De wettigheid der reden van verhindering staat geheel ter beoordeeling van den Minister van Financiën en zal dus in het rekest behoorlijk omschreven behooren te worden.

Als wettige redenen van verhindering werden beschouwd: lichaamsgebreken, die beletten, dat men zijne woning verlaat, bij P. W. 7029; doofstomheid, bij P. W. 9060; leefregels van kloosterlingen, indien namelijk vaststaat, dat de reglementen der instelling waartoe zij behooren, werkelijk verbieden, dat zij het door hen bewoonde gebouw verlaten bij P. W. 9432; verg. ook P. W. 5343.

Als zoodanig zal ook, volgens de Wilde § 808 kunnen gelden, het in de statuten eener godsdienstige vereeniging voorkomende verbod aan hare leden om te zweren. (Verg. P. W. 7116.)

De reden van verhindering dient uit den aard der zaak te bestaan voor hem, aan wien de wet de verplichting tot beëediging oplegt. Is dus eene aangifte ingediend door een lasthebber, met de macht van substitutie, dan is het, om den gesubstitueerden lasthebber tot beëediging toe te laten, noodig, dat er voor den oorspronkelijken lastgever eene wettige reden van verhindering bestaat en behoeft deze niet tevens voor den oorspronkelijken lasthebber te bestaan. (P. W. 8475.)

44. Het verzoek om toelating, op formaatzegel van minstens 15 cent in hoofdsom geschreven, behoort mede den naam van den lasthebber te vermelden. De volmacht behoeft niet te worden overgelegd en kan desgewenscht na de door den Minister genomen gunstige beschikking worden opgemaakt. Het is voor het „bij-

Sluiten