is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanzien der gemeente van Gedoopte Christenen te S. ..niet blijkt; dat in den zin van de laatstgenoemde wet ,,geene vereeniging, al moge zij ook overeenkomstig ..gemelde wet van vereeniging en vergadering erkend ..zijn, een kerkgenootschap wordt, ook dan niet, wanneer ..het doel der vereeniging uitsluitend van godsdienstigen "of kerkelijken aard mocht zijn; dat de vereeniging ..door de erkenning des Konings rechtspersoon wordt ..en alzoo de statuten dier vereeniging civielrechterlijke ..gevolgen kunnen hebben; dat echter de comparant te ..vergeefs een beroep doet op art. 2, letter /, der sta.,tuten van gemelde vereeniging; dat toch eerst dan deze ,.sta tuten de geloofsleer van een erkend kerkgenootschap .kunnen uitmaken, wanneer de Koning, overeenkomstig art. 1 der wet op de kerkgenootschappen, ze heeft goedgekeurd; dat in dat geval, maar dan ook alleen, "de rechter het verbod moet eerbiedigen om een eed te zweren; dat mitsdien de comparant niet heeft aangetoond, dat hij verkeert in de uitzondering, bij dit art. ..28 bedoeld; dat hij derhalve gehouden is om den eed y,af te leggen; dat alzoo zijn verzoek behoort te worden „afgewezen."

Juist schijnt mij de opvatting van de Wilde in § 780, dat in het algemeen steeds de eed moet worden afgelegd, tenzij men behoort tot een kerkgenootschap, welks leer het zweren verbiedt, in welk geval de verklaring kan worden afgelegd; iemand die tot geen enkel kerkgenootschap behoort, zal daarom moeten zweren.

Dit werd ook door den Hoogen Raad bij zijn zooeven aangehaald arrest beslist met betrekking tot getuigen in strafzaken, die, volgens art. 161 W. v. Strv. eveneens naar de wijze hunner godsdienstige gezindheid moeten

zweren of beloven.

Of de eed moet worden afgelegd, dan wel of met de verklaring kan worden volstaan, beslist uit den aard der zaak de kantonrechter en niet de Minister van Financien. (P. W. 9210.)