is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat het zuiger saldo der nalatenschap van den erflater bedraagt.... /

hetwelk wordt geërfd (qq) door zijne

genoemde kinderen ieder

voor V4 of ƒ

Ten slotte verklaren de aangevers, dat de overledene geene goederen als bezwaarde erfgenaam of in vruchtgebruik bezat, en door zijn overlijden geene periodieke uitkeeringen zijn vervallen, of bij opvolging overgegaan. (rr)

Geteekend te den

(a) ,,Nalatenschap

Tot de nalatenschap behoort alles wat het burgerlijk recht daaronder verstaat, benevens datgene wat de Successiewet in de artt. 1 bis, 16 en 59 der wet van 1859 en de artt. 3 en 6—14 der wet van 1897, bij fictie daaronder brengt.

Iedere zaak, die op het oogenblik van des erflaters overlijden tot zijn vermogen behoort en krachtens erfrecht op anderen overgaat, behoort volgens het burgerlijk recht tot zijne nalatenschap.

Iets wat geen zaak is, kan daartoe derhalve niet worden gerekend; doch al is iets eene zaak, daarom valt het nog niet onder het bereik der Successiewet, daarvoor is noodig, dat de zaak vervreemdbaar is en verkoopwaarde bezit.

Op dien grond is door het Bestuur der registratie beslist, dat niet als zelfstandige zaken, met eene zekere verkoopwaarde, tot des erflaters nalatenschap kunnen worden gerekend:

een procureurskantoor \an den overledene (P.W. 2275);

de cliëntèle eener door den overledene op eigen naam uitgeoefende drukkers- en uitgeverszaak (P.W. 8635, 9286);

het recht tot uitgifte eener courant, wanneer de

8