is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of gekochte en nog niet ontvangen zaken zal aandringen wanneer het daarbij geen financieel belang heeft; is dit wel het geval, b.v. bij verkochte en niet geleverde effecten, dan zal de aangifte daarvan onder het actief des boedels niet kunnen worden nagelaten. (Verg. P.W. 8895)

De door erflater gesloten overeenkomsten kunnen dikwijls veel invloed hebben op de vraag, wat bij zijn overlijden tot zijn boedel behoort.

Vóór alles zullen evenwel de overeenkomsten moeten voldoen aan de door het B.W. voor hare geldigheid gestelde eischen; ontbreekt b.v. de op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm, de toestemming der partijen, een bepaald voorwerp of eene geoorloofde oorzaak, dan zal zoodanige overeenkomst voor de Successiewet buiten aanmerking moeten blijven. (Verg. de Wilde § 33 env.)

Ontbreekt b.v. bij eene schenking de gevorderde notarieele akte of de in art. 1720 B.W. bedoelde uitdrukkelijke aanneming, dan is het, voor de toepassing van de Successiewet, alsof er niets had plaats gehad. (P.W. 8770, 8838 en Vonnis A.R. Amsterdam dd°. '28 October 1856, P.W. 2944.)

Goederen, door den erflater onder ontbindende voorwaarde bezeten, behooren, zoolang de voorwaarde niet is vervuld, tot den boedel; werden zij door hem onder opschortende voorwaarde verkregen, dan worden zij eerst geacht te zijn nagelaten nadat de voorwaarde is vervuld. (B.W. 1297, 1301 en 1302.)

Tot de nalatenschap behoort ook hetgeen erflater wegschonk, doch tengevolge van de tenietdoening der schenking wegens benadeeling van het wettelijk erfdeel van legitimarissen door inkorting daarin terugkeerde. Keeren de goederen, als bij de uitzondering van art. 972 2e lid B.W., niet in natura tot den boedel terug, dan zal