is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

registratie beschouwd als een daad van beheer. (P.W. 6342.) De aangifte kan dus in alle gevallen door den man voor de vrouw gedaan worden, tenzij deze ingevolge art. 195 2e lid B.W. het beheer van haar vermogen mocht hebben voorbehouden, in welk geval de aangifte door de vrouw zal moeten geschieden, daartoe bijgestaan of gemachtigd door haar man. (P. W. 6822, 6823.)

Het Bestuur der registratie oordeelde deze bijstand of machtiging niet noodig in een geval dat eene gehuwde vrouw, tijdens eene procedure tot scheiding van tafel en bed, aangifte moest doen en de acte bedoeld in art. 292 2e ]id B.W., zooals die door de rechtbank was goedgekeurd, inhield, dat zij ook reeds tijdens het rechterlijk onderzoek het beheer over hare goederen zou hebben. (P.W. 9167.)

(d) ,,woonplaats kiezende".

Eene keuze van woonplaats in de memorie van aangifte is niet verplichtend; geschiedt zij niet, dan wijst de wet voor het recht van successie als domicilie aan, het sterfhuis, gedurende één jaar na het overlijden, en daarna de secretarie van de gemeente waar de overledene zijne laatste woonplaats had, en voor het recht van overgang, bedoeld bij art. 1 n°. 2, de secretarie der gemeente, binnen welke de aan te geven onroerende goederen zijn gelegen of gevestigd, (art. 19 j° art. 11 Successiewet.)

De aangevers zijn met hunne keuze beperkt tot den kring van het kantoor van aangifte. (De kringen der kantoren worden aangewezen bij circ. 1300 zooals deze is gewijzigd bij circ. 1305.)

Alle exploiten kunnen aan het gekozen domicilie worden gedaan; eene verplichting is dit echter niet, zoodat zij ook kunnen worden uitgebracht aan het werkelijk domicilie.

Aan hem, bij wien domicilie is gekozen, is nergens de verplichting opgelegd, om de aan zijn domicilie