Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(m) „levenslang".

Is het vruchtgebruik voor bepaalden tijd ingesteld, dan wordt de waarde van de daarmede belaste zaken bepaald naar de tweede der, onder letter e van art. 23, opgenomen tabellen.

Het wordt alsdan berekend naar het tijdvak van het genot.

Is een erflater 5 Januari 1907 overleden en heeft hij het vruchtgebruik zijner nalatenschap nagelaten aan K., tot de meerderjarigheid van elk zijner kinderen A., B. en C., geboren respectievelijk 20 April 1892, 4 April 1893 en 11 Juni 1894, dan wordt het geacht

besproken te zijn, respectievelijk voor 6^> 7^°. en 8^ jaar. (P.W. 8488, verg. ook P.W. 7286 en 9589,

blz. 87, noot 2.)

Is een vruchtgebruik ingesteld ten behoeve van 2 personen om te eindigen bij den dood van den eerststervende, dan berekent het Bestuur der registratie de waarde daarvan naar den leeftijd van den oudste hunner. (Verg. P.W. 5885 en de Wilde § 669.)

Als een levenslang vruchtgebruik kan ook worden beschouwd, dat, waaraan eene ontbindende voorwaarde is verbonden, b.v. in het geval dat bepaald is, dat het vruchtgebruik zal eindigen, zoodra de vruchtgebruiker trouwt of hertrouwt. Na de vervulling der voorwaarde wordt alsdan de belasting herrekend. (P.W\ 8855. 8856, 9707.)

(n) .vruchtgebruik".

Daaronder verstaat art. 9 der Successiewet mede, vruchtgenot, recht van gebruik en van bewoning, vruchten en inkomsten, jaarlijksche opbrengst en soortgelijke uitkeeringen uit daartoe aangewezen goederen, daaronder begrepen het bij anderen dan de legatarissen verbleven genot van legaten, welke, volgens de beschikkingen van den overledene, niet binnen

Sluiten