Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 jaren na zijn overlijden of eerst op een onzeker tijdstip

vorderbaar zijn.

Daar waar slechts een recht bestaat op eene, op bepaalde tijdstippen terugkeerende, uitkeering van een zeker bedrag 1), is geen sprake van vruchtgebruik, doch van eene periodieke uitkeering; als zoodanig werd door het Bestuur der registratie beschouwd de making van een jaarlijksche uitkeering van 5 % van het kapitaal dat de erfgenaam uit eene nalatenschap zou genieten. (P.W. 3939.)

Als vruchtgebruik in den zin der Successiew et beschouwde het Bestuur:

1°. het legaat van de vruchten en inkomsten van bepaalde effecten als lijfrente; (P.W. 3571.)

2°. dat van de interessen van een zeker kapitaal, dat op het 3 % grootboek der nationale schuld moest worden geplaatst; (P.W. 6272.)

3°. dat van de vruchten en inkomsten van zekere landerijen tot op een bepaalden dag; (P.W. 5037.)

4°. het genot van effecten, waarvan de talons en couponbladen onder iemand berustten, om de coupons, naarmate deze zouden verschijnen, te knippen en ze te zijnen bate aan te wenden; (P.W. 7971.)

5°. het genot van zaken, door den erflater verkocht onder beding, dat de kooper eerst in het bezit en genot zal treden bij het overlijden van een derde. (P.W . 9115.)

Het wettelijk vruchtgenot der ouders, volgens art. 366 B.Wr., mag niet met dat bedoeld in art. 9 der Successiewet worden gelijkgesteld. De kinderen laten de goederen dus niet daarmede bezwaard na; juist omdat de kinderen den vollen eigendom hadden, genoten de ouders er krachtens de wet het vruchtgenot van. (\ erg. de W ilde § 435.)

Alleen wanneer de ouders ander vruchtgenot hebben

1) Het is volgens bet Bestuur geen vereischte dat het uit te keeren bedrag steeds onveranderd blijft, het is voldoende dat de uitkeering regelmatig geschiedt, hetzij in geld of andere zaken. (P. NV. 926— 9644. 9819.)

9

Sluiten