Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo berekende het Bestuur der registratie eene periodieke uitkeering aan iemand besproken voor het onderhoud van erflaters hond, die evenwel zou eindigen met den dood van dien hond, naar het leven van den verzorger. (P.W. 5246.)

De periodieke uitkeeringen die niet van het leven van bepaalde personen afhankelijk zijn, noch voor een bepaalden tijd zijn ingesteld, behooren te worden afgetrokken naar de begrooting des aangevers, zooals werd beslist voor eene uitkeering die zou voortduren, totdat een zeker geslacht zou zijn uitgestorven. (P.W. 5227.)

(r) „ten bedrage van".

Moet de uitkeering plaats hebben in voorwerpen in natura, dan moet het jaarlijksch bedrag worden begroot, indien dit niet op de in art. 799 B.W. bedoelde wijze kan worden bepaald.

Bestaat zij niet in dergelijke voorwerpen en evenmin in eene vaste jaarlijksche som, b.v. in het verstrekken van levensonderhoud, dan dient de aangever ook in dat geval het jaarlijksch bedrag te begrooten. (P.W. 5762.)

(s) ,,buitenlandse)) vast goed

Onroerende zaken in het buitenland gelegen of gevestigd, waarvan de waarde, volgens art. 23 n". 1 litt. a, al. 2, afzonderlijk moet worden begroot, mogen niet te zamen met hier te lande gelegen vaste goederen in ééne som worden aangegeven.

(t) „Hypothecaire schuldvorderingen''.

Deze behooren specifiek aangegeven te worden wanneer zij rentegevend zijn en niet in art. 57 der wet van het recht van overgang zijn vrijgesteld.

Of eene schuldvordering rentegevend is, hangt, volgens de Memorie van Antwoord betrekkelijk het ontwerp van 1884 tot aanvulling der Successiewet, af van de overeenkomst en wordt door den titel aangegeven.

Sluiten