is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de heffing van het recht van overgang is behalve het rentebeding ook noodig dat de vorderingen rentegevend op de verkrijgers overgaan.

Van zoodanigen overgang is geen sprake:

1°. wanneer eene vordering slechts rente geeft tot het overlijden van den erflater; (P.W. 7595.)

2°. wanneer bedongen is, dat de renten eerst na den dag van het overlijden van den schuldeischer (dien dag daaronder niet begrepen) zullen ingaan; (P.W. 7826, 7899.) (Verg. ook P.W. 8526, 9829 en 9871.)

3°. bij rentegevende vorderingen, die de erflater gedurende zijn leven kwijtschold en die hij dus niet nalaat (P.W. 7594. 7745 en de voor de toepassing van art. 7 der wet van 1897 genomen beslissing, opgenomen in P.W. 9983; verg. ook de Wilde § 108).

(v) ,,geschat

De hypothecaire vorderingen moeten worden aangegeven op het bedrag van het kapitaal of op de door de aangevers te begrooten waarde, in welk laatste geval de ondergezette goederen moeten worden vermeld op de wijze als bij art. 10 n°. 1 aangegeven.

Ontbreekt de aanwijzing dier goederen dan wordt # het recht berekend over het kapitaal, (cf Sprenger van Eijk n°. 270 en P.W. 9660.)

Volgens het Bestuur kunnen opeischbare kapitalen alleen worden begroot, ingeval van ongegoedheid van den schuldenaar en onvoldoendheid van het onderpand, doch kunnen eeuwigdurende renten en niet-opeischbare kapitalen steeds worden geschat, de eerste omdat daarbij van het bedrag van een kapitaal niet dadelijk sprake kan zijn, de laatste, omdat de werkelijke waarde daarvan meestentijds minder zal zijn dan het kapitaal, met het oog op de veelal lage rente en de oneischbaarheid

Hoewel bij schatting van hypothecaire vorderingen