is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds de verbonden goederen moeten worden opgegeven, dringt het Bestuur hierop echter niet aan, wanneer zij uitsluitend om andere redenen dan ongegoedheid, van den schuldenaar of onvoldoendheid van het onderpand zijn geschat, behoudens het recht om, indien eeuwigdurende renten en oneischbare kapitalen niet op de juiste waarde zijn aangegeven, daarvan eene gerechtelijke waardeering te vorderen. (P.W. 5622.)

(w) Grondrenten, tienden, cijnsen, tijnsen en dergelijke altijddurende of voor eenen onbepaalden tijd op onroerende goederen gevestigde praestatiën kunnen niet tezamen in ééne som met andere goederen geschat, worden aangegeven. (P.W. 7262.)

Ook andere, niet met name genoemde praestatiën, vallen hieronder, als vroonpachten en oudeigens. (P.W . 3828, 4403.)

De vraag of een oniyerdeeld aandeel in een tiendrecht, waarvan geen afkoopsom is bepaald, doch wel de in art. 799 B.W. bedoelde opbrengst bekend is, moet worden aangegeven naar die opbrengst dan wel naar de verkoopwaarde, werd door het Bestuur in den eersten zin beantwoord bij P.W. 8774; de rechtbank te Arnhem nam echter het tegendeel aan bij een door het Bestuur niet tot richtsnoer genomen vonnis dd". 10 Juli 1896. * (P.W. 8840.)

(x) „Effecten".

Deze moeten volgens art. 10 n . 1 der wet specifiek worden aangegeven op de verkoopwaarde, die zij hebben volgens de prijscourant, op last van den Minister van Financiën door ten minste vier makelaars of commissionairs in effecten te Amsterdam opgemaakt, uitgegeven in de week van het overlijden en zoo zij daarop niet bekend staan, naar de begrooting der aangevers.

Onder de hierbedoelde prijscourant, die des Maandags wordt uitgegeven, zal men ook moeten verstaan de, op