Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring invloed uitoefent op de verhaalbaarheid van de vordering. (P.W. 6740, 7588, 8119, 8563. 9220.)

Geen invloed op de verkoopwaarde eener vordering hebben de omstandigheden, die eerst na des erflaters dood zijn ontstaan, zooals b.v. het enkele feit, dat zij daarna ten volle werd afbetaald. (Verg. P.W. 6820, 9595.)

Blijkt eenige vordering te laag geschat, dan kan het Bestuur der registratie tegen de aangevers een dwangschrift overeenkomstig art. 36 der Successiewet uitvaardigen.

(bb) Loopende termijnen van huren, pachten en interesten van de zaken sub a, b, d en g van art. 23 der Successiewet.

Deze moeten volgens art. 23 litt. h worden opgegeven op het bedrag, dat tot en met het overlijden is verschuldigd; zijn zij evenwel niet geheel verhaalbaar, dan kunnen zij worden geschat naar de geldswaarde ten dage van het overlijden. (P.W. 5339.)

Nog niet verschenen dividenden vallen hieronder niet; deze maken met de aandeelen, waarvan zij verschuldigd worden, een geheel uit. (P.W. 7529.)

Loopende termijnen van renten en huren der onder c en e van art. 23 genoemde zaken behooren te worden aangegeven onder letter i „alle andere zaken"; dat zij niet te zamen met de hoofdzaak kunnen worden opgegeven, blijkt duidelijk uit de wijze, waarop de wet de waarde daarvan regelt. (Verg. hierbij voor lijfrenten, art. 1822 B.W.)

Bij de berekening van het bedrag moet de verschijndag worden medegerekend. (P.W. 4823.)

(cc) Alle andere zaken.

Alle, roerende zoowel als onroerende zaken, niet uitdrukkelijk in art. 23 der Successiewet genoemd moeten hieronder worden aangegeven, op de verkoopwaarde, ten dage van het overlijden des erflaters.

Sluiten