Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande schulden eischt de wet, naast de verplichting tot beëediging der memorie van aangifte, enkele opgaven, verschillend naar gelang van de soorten, waarin zij de schulden verdeelt. De wet van 1897 heeft de bepalingen omtrent de omschrijving belangrijk uitgebreid en de nadere aangifte van schulden, welke vóór die wet niet toegelaten was, geregeld.

Worden schulden, op grond van onvoldoende omschrijving of wegens andere redenen, ambtshalve door den ontvanger uit het passief verwijderd, dan worden de aangevers daarmede door hem in kennis gesteld.

Zoolang de aangifte niet is beëedigd, kunnen bij nadere aangifte nog schulden worden aangegeven en kan de omschrijving van de reeds opgegeven schulden, welke naar het oordeel van 's rijks ambtenaar niet mogen worden afgetrokken, nog worden aangevuld.

Wanneer de vereischte opgaven in de beëedigde aangifte worden verzuimd of wanneer na de beëediging nadere aangifte van eene schuld of aanvulling der omschrijving plaats heeft, kan de schuld worden afgetrokken, indien aan den Hoofddirecteur der regisstratie enz., aan het Departement van Financiën *) zoo niet naar de eischen van het burgerlijk recht, dan toch overtuigend wordt aangetoond, dat de schuld reeds vóór het overlijden bestond, dat de onderhandsche geschriften als bewijsmiddel dienende, reeds vóór het overlijden in de macht van den schuldeischer zijn geweest en dat de bewijzen voor het bestaan der schuld niet werden opgemaakt of afgegeven om de betaling der successierechten te ontgaan.

Is de aangifte niet door alle aangevers beëedigd. dan kan alleen het aandeel in de nader aangegeven of omschreven schulden van hen, die den eed nog niet hebben afgelegd, in mindering der baten worden .toegelaten. (P.W. 9875.)

') Deze hoofdambtenaar is hiervoor aangewezen bij resolutie van den Minister van Financiën dd° 27 April 1903, n°. 36 (circ. 1247).

Sluiten