is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is de oorspronkelijke memorie niet aan beëediging onderworpen dan zal nog steeds nadere aangifte of omschrijving van schulden kunnen plaats hebben. Mochten de op de eerste aangifte verschuldigde rechten reeds zijn betaald, dan verzet zich evenwel art. 54 der Successiewet tegen de teruggave daarvan. (Verg. de Wilde § 768).

(ee.) „Schulden."

Er moet op den dag van het overlijden eene stellige op geld waardeerbare, rechtsgeldige verplichting ten laste van erflater bestaan, die op zijn erfgenamen overgaat en waar tegenover dus een ander een recht tot vorderen heeft, onverschillig of zij bestaat in de gehoudenheid om geld of andere zaken te geven, of wel om iets te doen of na te laten en ongeacht of de schuld al dan niet opeischbaar is.

Eene schuldbekentenis, als oorzaak vermeldende de zedelijke verplichting om het schuldig erkende bedrag te betalen mist dus rechtsgeldigheid. (Vonnis A. R. 'sHertogenbosch dd. 2 Maart 1900. P.W. 9225) ; evenzeer eene schulderkenning ter voldoening van eene natuurlijke verbintenis. (Arrest. H.R. 3 November 1899. P. W. 9226.)

Verjaarde schulden kunnen niet worden toegelaten, (art. 27 litt. C).

Wanneer de schuld zelf niet kan worden aangegeven deelen natuurlijk de interessen in hetzelfde lot. (P.W. 5780)

Bovendien moet het bestaan der schuld reeds vóór het overlijden in rechten bewijsbaar zijn geweest.

Blijkens des Ministers verklaring bij de beraadslagingen in de 2e Kamer over het 3e lid van art. 27 der Successiewet is het voldoende, dat de aangever \oor zich de overtuiging heeft gekregen, dat het bewijs, indien het had moeten zijn geleverd, zou kunnen zijn geleverd.