is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

passief wordt aangegeven; eveneens kan volgens, P.AY. 7125, in het passief van een overledene worden volstaan met de opgave van het nadeelig saldo der rekening van een door hem gevoerd beheer. (Verg. ook P. W. 7429.) ;

g. voor eene schuld ten laste van den overledene ten behoeve van iemand, wegens door dezen voor hem betaalde schulden, de bewijzen waaruit die betaling blijkt. (P.W. 6431.) (de Wilde § 736.)

(ff.) De onderhandsche geschriften, die als bewijsmiddel worden vermeld, moeten reeds vóór het overlijden in de macht van den schuldeischer zijn geweest; dat de aangevers overtuigd zijn dat zulks het geval was, moet in de aangifte worden verklaard.

Het woord geschriften moet hier worden genomen in den uitgebreiden zin van art. 1911 B. W. en vallen daaronder dus niet alleen de onderhands geteekende akten, doch ook brieven, registers, huiselijke papieren en andere geschriften, welke zonder tusschenkomst van een openbaren ambtenaar zijn opgemaakt, (circ. 1186.)

In de aangifte moet worden verklaard, dat den aangevers niet is gebleken dat de daarin vermelde bewijzen werden opgemaakt of afgegeven om de betaling van successierechten te ontgaan.

Schulden die als betwist worden aangegeven, blijven bij de rechtsberekening buiten aanmerking, behoudens teruggave van het recht, wanneer uit eene dading of rechterlijke uitspraak het bestaan dier schulden op den dag van het overlijden blijkt. (P.W. 862, 7532.)

Schulden afhankelijk van eene opschortende voorwaarde, kunnen, zoolang deze nog niet is vervuld, niet in het passief worden toegelaten, doch — voorzoover zij niet vallen onder art. 6 der wet van 1897 — wel na die vervulling. Heeft deze plaats na de indiening der memorie van aangifte, dan wordt het recht, dat blijken