Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van art. 27 bedoelde schulden opgave van haren oorsprong, waaronder moet worden verstaan de aard der overeenkomst, handeling of rechtsbetrekking, waaruit de schuld is voortgevloeid, b.. v. koop en verkoop, acceptatie, voogdijbeheer enz. (circ. 1186.)

De vermelding dat het bedrag bij eenzijdige schuldbekentenis is schuldig erkend of naar genoegen is genoten voor „bestelde" of „bewezen diensten, voldoet niet aan de wet, de oorsprong van de schuld is daarmede niet opgegeven. (P. W. 4379, 8565.)

(hh) De wet eischt in de memorie opgave van den naam van den schuldeischer. In een geval dat deze was overleden en de namen zijner erfgenamen aan de aangevers onbekend waren, besliste het bestuur der regisstratie dat aan de wet voldaan was, door de opgave, dat eene schuld bestond ten behoeve van „de erfgenamen van A." (P.W. 7203.)

(ii) De tijd van het ontstaan der schulden behoort te worden opgegeven, de vermelding van de dagteekening van het van de schuld bestaande bewijsstuk is niet genoeg.

De tijd van ontstaan wordt voldoende vermeld door op te geven in welken tijd de rechtsband tusschen schuldenaar en schuldeischer is ontstaan, b.v. door de opgave van het jaar of de jaren, waarin dit ontstaan plaats had.

Wordt ten aanzien van eene schuld verklaard, dat zij voortspruit uit eene rekening-courant, zonder meer, dan is daarmede, volgens des wetgevers bedoeling, de tijd van haar ontstaan aangewezen, omdat de sterfdag de dagteekening der schuld is, daar de stand der rekening op dat oogenblik het bedrag der schuld bepaalt. (P.W .7202.).

(jj) De interessen, renten, huren en pachten ten laste van den overledene komen voor aftrek in aan-

Sluiten