is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdsverloop verschuldigd dan kunnen zij evenwel als huisschuld worden beschouwd, ieder bijzonder geval moet evenwel naar omstandigheden beoordeeld worden. (P.W. 7428.)

De huisschulden mogen in het algemeen worden opgegeven tot en met den dag van het overlijden; voor diensiboderdoon maakt de wet eene uitzondering, door dit toe te laten „voor het volle loopend jaar of. vierendeeljaar."

Het loon over het loopende halfjaar of dat wat nog verschuldigd is over een vroeger tijdvak, aan het overlijden voorafgaande, kan dus als huisschuld worden aangegeven. (P.W. 4251, 4380.)

Onder loon valt volgens het Bestuur der registratie niet eene vergoeding wegens gemiste kost en inwoning over een tijdvak na het overlijden. (P. W. 9018, Verg. ook Diephuis XI, 347 ; Opzoomer VIII, 425.)

De wet bepaalt niets omtrent verjaarde huisschulden.

Het komt mij met de Wilde § 752 voor, dat waar eene bepaling als die van letter c lid 2 van art. 27 der Successiewet ontbreekt, deze schulden alleen dan niet kunnen worden afgetrokken, wanneer zij door verjaring zijn teniet gegaan, derhalve wanneer de overledene of zijne erfgenamen zich daarop beriepen.

Het feit alleen dat zij ouder zijn dan 30 jaar zal dan ook, evenmin als bij de sub a van art. 27 bedoelde schulden, voldoende zijn om ze uit het passief te verwerpen. (Verg. P.W. 9280.)

(mm) De grondbelasting, de provinciale of plaatselijke lasten, dijk- en polderlasten, molen- en sluisgelden en soortgelijke omslagen kunnen worden afgetrokken tot en met den dag van het overlijden.

Waren zij tijdens de aangifte nog niet omgeslagen, dan kan het bedrag van het onmiddelijk voorafgegane jaar worden gevolgd.