is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(nn) De personeele belasting, de vermogensbelasting, de belasting op bedrijfs en andere inkomsten en de hoofdelijke omslagen, en andere plaatselijke directe belastingen kunnen worden afgetrokken tot en met den laatsten dag van het tijdvak, waarover zij loopen, tenware afschrijving of teruggave kan gevorderd worden.

Zie voor het verkrijgen van afschrijving of teruggaaf dezer belastingen: art. 63 der wet op de personeele belasting van 16 April 1896 (Stbl. no. 72), art. 25 der wet op de vermogensbelasting van 27 September 1892 (Stbl. no. 223), de artt. 37-40 der wet op de bedrijfsbelasting van 2 October 1893 (Stbl. no. 149) en art 245 der Gemeentewet.

De hiervoor niet genoemde belastingen behooren te worden omschreven als de in letter a van art. 27 bedoelde schulden. Hiertoe behooren o. a. de niet genoemde rijksbelastingen, de in art. 126 der Provinciale wet genoemde belastingen, behalve de aldaar onder letter a genoemde opcenten en de indirecte gemeentebelastingen. (de Wilde § 760.)

(oo) Begrafeniskosten.

Hieronder zijn alleen te verstaan, de begrafeniskosten van den overledene van wiens nalatenschap aangifte wordt gedaan. Waren de begrafeniskosten van iemand van wien hij erfgenaam was bij het overlijden nog onbetaald. dan kunnen zij als huisschulden worden op gegeven. (P.W. 6187, 7902.)

Met de omschrijving ,,doods- en begrafeniskosten, zonder nadere specificatie, neemt het Bestuur der regisstratie geen genoegen, daar onder doodskosten dikwijls de tijdens de laatste ziekte gemaakte schulden worden verstaan. (P.W. 7596.)

De begrafeniskosten van een wettig minderjarig

li