is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kind van wiens vermogen de vader of de moeder volgens art. 366 B. W. het vruchtgenot had, laat de wet niet in het passief toe.

Laat het kind slechts zaken na, waarvan geen vruchtgenot kon worden genoten, als de bij art. 368 B. W. bedoelde (P.W. 2178, 3016), inlagen op de Rijkspostspaarbank ten name van den minderjarige (verg. art. 9 der wet van 25 Mei 1880 (Stbl. no. 88), gewijzigd bij art. 5 der wet van 20 Juli 1895 (Stbl. no. 135), of reeds met vruchtgebruik belaste zaken, dan kunnen zijne begrafeniskosten wel worden afgetrokken. (P.W. 710, 8186.)

Had de vader of de moeder dat vruchtgenot ten daqe van het overlijden van het kind, ingevolge art. 370 B. W. verloren, dan mogen zij evenmin in mindering van het actief worden gebracht. Hierin wordt geen verandering gebracht, wanneer de langstlevende der ouders van de in art. 373 B. W. toegekende bevoegdheid gebruik maakt. (P.W. 861, 3208, 8328.)

Aangezien de hierna gemelde sommen, besproken of uitgekeerd voor de uitvaart en de kerkelijke diensten en godsdienstige plechtigheden, volgens de hierna vermelde schrijvers en rechtbank, niet behooren tot de begrafeniskosten, bedoeld in art. 367 no. 4 B.W., laat het Bestuur der registratie deze sommen toe in het passief der nalatenschap van een minderjarig kind van wiens vermogen de vader of de moeder het in art. 366 B. W. bedoelde vruchtgenot had. (P.W. 7829.)

Behalve wat de wet daaronder brengt, vallen onder begrafeniskosten te rangschikken, alle kosten, besteed voor de begrafenis en al wat daarmede in dadelijk verband staat en dient om haar voor te bereiden, en te doen plaats hebben, van het overlijden af totdat zij is voltooid ; als : de kosten van de behandeling en bekleeding van het lijk, van de doodkist en de ter aardebestelling zelf. Niet echter de kosten der rouwkleederen