Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mngbare zaken, ook al laat de erflater zulke zaken niet na. (Verg. art. 1015 B. W.)

De bepaling dat een erfgenaam of legataris zulke zaken aan iemand moet uitkeeren moet ook als legaat worden beschouwd. (Verg. artt. 1014 en 1015 B. W.)

Deze uitkeeringen komen als sub-legaten in mindering hunnér verkrijgingen. (Verg. de Wilde § 484.)

Is aan erfgenamen of legatarissen de verplichting opgelegd om niet vervangbare zaken af te staan, dan moet niet aan een legaat worden gedacht, doch aan eene aan hen als last opgelegde verplichting, die niet bij de berekening van het door hen verschuldigde recht in mindering kan worden geleden. (Zie legaat sub 11).

Bestaat er twijfel of eenige beschikking als een legaat of als een last is aan te merken, dan moeten de aangevers zich daaromtrent uitdrukkelijk verklaren, behoudens het recht van den fiscus, tot toepassing van art. 36 der Succiessiewet, wanneer daartoe termen zijn. C\ erg. voor de verschillende questien tot dit onderwerp betrekkelijk S. v. E. No. 179 env., de \\ ilde § 479 env.)

Van legaten gemaakt onder opschortende voorwaarden behoeft vóór de vervulling der voorwaarden in de memorie geen melding te worden gemaakt, deze blijven bij de berekening der rechten buiten aanmerking; na de vervulling der voorwaarden evenwel behoort nadere aangifte te geschieden en worden de rechten herrekend.

Makingen onder ontbindende voorwaarden moeten wel worden opgegeven en worden dadelijk belast, eveneens behoudens herrekening en c.q. teruggave na de vervulling der voorwaarden. (Verg. art. 54).

In strijd met zijne vroegere meening laat het Bestuur der registratie thans, volkomen terecht, herrekening der rechten toe bij makingen van vruchtgebruik tot hertrouwen, wanneer de vruchtgebruiker weder in het huwelijk treedt en berekent dan het vruchtgebruik als gemaakt voor bepaalden tijd. (P.W. 8855, 8856, 9707.)

Sluiten