Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwijs recht tot meespreken heeft weet dat zij soms gewenscht kan zijn. Een regeeringspersoon die, zonder rekening te houden met omstandigheden en bijzondere omstandigheden, zou handelen naar het beginsel dat een iegelijk die eenmaal aan eenige universiteit tot hoogleeraar is aangesteld op diezelfde plaats moet blijven tot aan zijn emeritaat, zou 011 verantwoordelijk handelen tegenover de hoogste belangen der wetenschap. Waar, zooals bij mij het geval is, verwisseling van universiteit den betrokken hoogleeraar de gelegenheid schenkt om zich aan liet vak van zijn hart geheel te geven, verheug ik mij er over, dat in ons land op dit punt dezelfde gedragslijn pleegt gevolgd te worden als in Duitschland, Oostenrijk, Frankrijk en waar niet? Bovendien, zulk een overgang van de eene hoogeschool naar de andere is niet alleen nuttig voor den verplaatsten hoogleeraar, ook de universiteit waar hij aankomt kan gebaat zijn door verfrissching van bloed en door het in nadere aanraking komen met opvattingen en gewoonten die elders heerschen. Niet in afzondering van elkander, op de wijze der Indische kasten, maar in aaneensluiting en het aankweeken van onderlinge waardeering ligt de kracht onzer hoogescholen. Met bekommering, ik beken liet, zie ik de huidige strooming die voortstuwt tot liet vermeerderen van het getal onzer universiteiten. Naar mijne en veler anderer overtuiging hebben wij er nu zelfs te veel. Maar nog grooter ramp zou ik het achten, zoo ooit ons liooger onderwijs werd geconcentreerd aan ééne universiteit, al ware die zoo rijk gedoteerd en zoo volledig ingericht als de Berlijnsche. Minstens twee zullen wij altijd behoeven; en dat er, zooals nu, ruimschoots gelegenheid blijft bestaan voor verscheidenheid van richting, acht ik ten hoogste bevorderlijk voorden bloei van vrije, zelfstandige studie.

Sluiten