is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de oudheid werkte het gezonde menschenverstand met de fantasie, de induktieve methode met de spekulatieve gemeenschappelijk en onverdeeld. Het uiteengaan der twee begint pas met de erkenning der menigvuldige vergissingen, waarvoor tot op den nieuweren tijd het nog ongeoefende oordeel bezweken was. In plaats van nu de ondervonden vergissingen af te leiden uit het gemis aan begrip, schreef men ze toe aan de gebrekkigheid der zinnen, schold de zinnen voor bedriegers en de zinnelijke verschijnselen voor onwaar. Wie kent niet het oude lamento over het onbetrouwbare der zinnen? Het misverstaan der natuur en van hare verschijnselen diende eerst tot een volkomen breuk met de zinnelijkheid. Men had zich bedrogen, en men geloofde bedrogen te zijn. De misnoegdheid daarover keerde zich tot totale verachting der zinnelijke wereld. Even kritiekloos geloovig men tot nu toe het schijnbare voor waarheid aangenomen had, even onkritisch in den twijfel verwierp men nu het geloof aan de zinnelijke waarheid geheel en al. Het onderzoek keerde zich van de natuur, van de ervaring af en begon met het reine denken het werk der spekulatieve filosofie.

Maar neen! Zoo geheel en al liet zich de wetenschap nooit van den weg van het gezonde menschenverstand, van de waarheid der tastbare wereld afbrengen. De natuurwetenschap nam spoedig haar plaats in, en haar glansrijke uitkomsten verwierven der induktieve methode het bewustzijn van vruchtbaarheid, terwijl aan den anderen kant de filosofie naar een systeem zocht, door middel waarvan zich de groote algemeene wetenswaardigheden zonder onderzoek en detail, zonder zinnelijke ervaring en waarneming met het verstand alleen zouden ontsluiten.

Van zulke spekulatieve systemen bezitten wij er nu een meer dan toereikend aantal. Meten wij ze met de reeds genoemde maat van eenparigheid, dan vinden wij de filosofie slechts eensgezind in een algemeene oneenigheid. De geschiedenis der spekulctieve ! filosofie bestaat dan 'ook niét, zooals de geschiedenis van andere wetenschappen, uit .langzamerhand verzamelen van kennis, maar uit een reeks van mislukte proeven met de pure denkkracht, zonder hulp van de objekten of van de ondervinding daarvan, om de algemeene raadselen der natuur en van het leven te doorgronden. De vermetelste poging, den kunstigsten gedachtenbouw voltooide Hegel in het begin van onze eeuw, die, om een spreekwijze te herhalen, in de wetenschappelijke wereld een beroemdheid kreeg, als Napoleon in de politieke. Maar ook de filosofie van Hegel heeft den haar gestelden proef niet kunnen uithouden. „Zij is, zooals Haym („Hegel en zijn tijd") zegt, door den vooruitgang der wereld en door de levende geschiedenis op zij gezet."