is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere in het bijzonder, maar het algemeene, de soort in haar elementen te ontleden.

Wat het doet schijnen, als ware de analyse van een begrip en de analyse van zijn voorwerp van elkaar verschillend, is onze bekwaamheid, om voorwerpen op tweeërlei manier, praktisch, zinnelijk, handig, in het bijzonder, en ook theoretisch, geestelijk, met het hoofd, in he"t algemeen te kunnen scheiden. De praktische analyse is de vooronder stelling van de theoretische. Om het dierbegrip te analyseeren dienen ons de zinnelijk aparte dieren, om de vriendschap te analyseeren dienen de apart ondervonden vriendschappen als materiaal of vooronderstelling.

Aan ieder begrip beantwoordt een voorwerp, dat men praktisch in veel aparte deelen ontleden kan. Het begrip analyseeren heet nu verder, zijn reeds praktisch geanalyseerd voorwerp theoretisch te analyseeren. De analyse van het begrip bestaat in de kennis van het gemeenschappelijke of algemeene van de bijzondere deelen van zijn voorwerp. Het gemeenschappelijke der verschillende gangen, de beweging naar de maat, konstitueert het gangbegrip, het gemeenschappelijke der verschillende lichtverschijnselen het lichtbegrip. De chemische fabriek analyseert de voorwerpen om chemikaliën te verkrijgen, de wetenschap, om hunne begrippen te analyseeren.

Ook ons speciaal voorwerp, het denkvermogen onderscheidt zich van zijn begrip. Doch, om het begrip te analyseeren moet het voorwerp geanalyseerd worden. Chemisch laat het zich niet analyseeren — niet alles behoort tot de chemie — maar wel theoretisch of wetenschappelijk. Der wetenschap of het verstand behooren, zooals gezegd, alle voorwerpen. Maar alle voorwerpen, die de wetenschap begrippelijk analyseeren wil, moeten eerst analytisch gepraktiseerd worden, ieder naar zijn aard of menigvuldig gehanteerd of voorzichtig bekeken of oplettend beluisterd worden, kortom, grondig ervaren worden.

Dat de mensch denkt, het denkvermogen, is een zinnelijk ondervonden feit. Feiten geven de aanleiding of het voorwerp, waaruit wij instinktmatig het begrip vormen. Het begrip der denkkracht analyseeren, is nu, bij de verschillende, persoonlijke, tijdelijke denkdaden van de werkelijkheid het gemeenschappelijke of algemeene op te zoeken. Om zoo'n onderzoek naar natuurwetenschappelijke methode te leiden, hebben wij hier noch een fysikaal instrument, noch chemische reagenten noodig. De zinnelijke waarneming, die voor iedere wetenschap, voor iedere kennis onmisbaar is, is ons dit maal als het ware a priori gegeven. Het voorwerp van ons onderzoek, het feit der denkkracht en zijn ervaring bezit ieder in de herinnering aan zich zelf.

Hebben wij nu straks erkend, dat zoowel het instinktmatige begrip,