is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen wisselt, maar volgens het wezen, het algemeene van het begin tot het eind onveranderlijk hetzelfde blijft. Mijn lichaam verwisselt zonder ophouden vleesch en beenderen en alles wat er aan is, en blijft toch altijd hetzelfde. Waaruit bestaat nu dit van zijn veranderlijke, verschijningen onderscheiden lichaam zelf? Antwoord: uit de totaliteit,

samen gevatte som van zijn veelvuldige _ \ȟrmen7LT)e eeuwige materie. "de onvergankelijke stof bestaat crkclijk Vf praktfscT: slechts als som van haar _vergan_kelijke verschij n 1 ngen.

;V nnvprcrankelijkf kan slechts beteekenen, ten allen tijde is overal stof. Even zoo waar als wij zeggen.de veranderingen bestaan "~^n de stof, dc stof is het blijvende, slechts de veranderingen wisselen, even zoo waar mogen wij de zaak omdraaien en zeggen: de xtof_ bestaat in veranderingen, het__js_de^tof1_die__aosselt en „slechtsr"dê~\v i s s e 1 in gis datjjvat. blijft." Ue stoffcljjk^verandering en dsvsrTuTJerlijke stof zijn toch slechtsj^ei^chilknde „zegswijzen.

hT~Sè~zii!iiëlI/ke'wereld, in de praktijk, is niets bestendigs, niets

gelijks, niets wezenlijks, geen „ding op zich zelf". Alles is wisseling, alles verandering, alles fantoom, zoo men wil. De eene verschijning verjaagt de andere. „En toch", zegt Kant, „zijn ook de dingen iets op zich zelf, want anders zou er de ongerijmde tegenspraak uit volgen, dat verschijning zonder iets zou zijn, wat verschijnt." Toch niet! de verschijning verschilt van dat wat verschijnt niet meer of minder dan de 10 mijlen lange inhoud van een weg van den weg zelf, of als heft en lemmer van het mes verschilt. Of we aan het mes ook al lemmer en heft onderscheiden, zoo is toch het mes niets zonder lemmer en heft. Het wezen van de wereld is absolute veranderlijkheid, \ erschijnselen verschijnen — voila tout.

| De tegenspraak tusschen „het ding op zich jejj^Jigl \v_ezeii eu_ Wijn verschijning vindt haar voIIcómialQplossing in een volkomen feik der rede,— in de kennis, dat het menschelijke denkvermogen ieder willekeurig aantal zinnelijk gegeven veelvuldigheden ils geestelijke eenheid, als een wezen begrijpt, aan het bijzondere of Verschillende het gelijksoortige of algemeene gewaar wordt en dus alles, wat hem tegen komt, als een enkel deel van een grooter geheel

/ begrijpt. , .

V Met andere woorden devluchtige_vorm van de wereld der zinnen dient voor onze hersenwerkzaamheid als materïaal, om door abstraktie, jyolgensjcenteeken van het gelijkende of ''generale "voor ons bewustzijn ^gesystematiseerd, geordend of geregeld_ ~t? vvordêm De onbeperkt menigvuldige zinnelijkheid gaat aan den -gëStTaalT de subjektieve eenheid, voorbij en hij stelt nu uit het vele het eene, uit de deelen het geheel, uit de verschijnselen het