Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar „op zich zelf," maar slechts relatief waar, slechts waar fo algemeen genoemd wordt in betrekking tot andere verschijnselen van minder algemeenheid. Zoo kan ook in het menschelijke le\en een handelwijze niet verstandig of doelmatig „op zich zelf" zijn — zij kan doelmatig heeten slechts in betrekking tot een andere handelwijze, die naar hetzelfde doel op een minder doelmatige, d. vv. z. W/doelmatige manier streeft. Rvenals het ware, het algemeene de betrekking tot een bijzonder objekt, tot een gegeven kwantum van de verschijning, bepaalde grenzen veronderstelt, waarbinnen het waar of algemeen is, zoo veronderstelt het verstandige of doelmatige gegeven omstandigheden, waarbinnen het verstandig of doelmatig kan ziin. Het woord verklaart zich zelf: het doel is de maat van het doelmatige. Slechts op grond van een gegeven doel kan het doelmatige bepaald worden. Is eerst het doel gegeven, dan heet de handelwijze, die het op het verst, breedst, algemeenst verwezenlijkt, de verstandige, tegenover welke iedere minder doelmatige

manier onverstandig wordt.

Op grond van de door analyse van het reine verstand ontwikkelde wet, dat ieder kennen, ieder denken betrekking heeft op een zinnelijk objekt, op een kwantum der zinnelijkheid, is het duidelijk, dat alles, wat ons onderscheidingsvermogen onderscheidt, een kwantum is, dat dus alle verschillen slechts kwantitatief, niet absoluut, slechts gradueel, niet wezenlijk zijn. Ook het onderscheid tusschen onverstand en verstand, d. w. z. tusschen het momentaan of individueel verstandige en het verstandige kortweg, is, als ieder onderscheid, rein kwantitatief, dus zoo, dat iedere onverstandigheid voorwaardelijk verstandig en slechts het onvoorwaardelijk verstandige onverstandig is.

Wanneer wij begrijpen, dat kennen in het algemeen een uiterlijk objekt, een uiterlijke maat noodig heeft, dan zullen wij er van afzien, het mateloos verstandige of het kortweg verstandige te willen kennen. Wij zullen moeten berusten, als overal, zoo ook het verstandige in het bijzondere op te zoeken. Van de bepaalde formuleering der taak, van de juiste afbakening van het zinnelijke kwantum, dat gekend moet worden, hangt het bepaalde, juiste, zekere, eenparige resultaat der kennis af. Is het oogenblik, de persoonlijkheid, de klasse, het volk gegeven en daarmee tegelijk de wezenlijke behoefte, het algemeene, domineerende doel, dan kan het verstandige of doelmatige niet meer twijfelachtig zijn. Wel kunnen wij ook geheel algemeen menschelijke verstandigheden kennen, maar onder de veronderstelling, dat ons ook de algemeene menschheid en geen bijzonder deel als maatstaf dient. De wetenschap kan niet slechts den lichamelijken bouw van een bijzonder individu, maar ook hel

Sluiten