Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

systemen blijken plaatselijk en tijdelijk voorwaardelijke te zijn. Onze beschouwing heeft de relatieve beteekenis van eeuwige waarheden aangetoond. Wij hebben het verstand als afhankelijk van de zinnelijkheid erkend, erkenden bepaalde grenzen als noodzakelijke levensvoorwaarden van de waarheid in het algemeen. Met speciale betrekking tot levenswijsheid zagen wij de verkregen wetenschap van het ,,reine" kenvermogen praktisch bevestigd, door de afhankelijkheid van het wijze of verstandige van zinnelijk gegeven verhoudingen. Brengen wij verder deze theorie met de moraal in engeren zin in toepassing, dan moet ook hier, waar over het goede en kwade getwist wordt, door de wetenschappelijke methode wetenschappelijke eenparigheid bereikt kunnen worden.

De heidensche moraal is een andere dan de christelijke. De feodale moraal onderscheidt zich van de modern burgerlijke, als dapperheid van betaalkracht. Kortom, dat de verschillende tijden en verschillende volken een verschillende moraal hebben, behoeft geen bewijs en détail. Het geldt deze wisseling als noodzakelijk te begrijpen, als voorrecht der menschheid, als geschiedkundige ontwikkeling, en daarmeê het geloof aan de ,,eeuwige waarheid , waarvoor ieder keer de heerschende klasse haar zelfzuchtige geboden uitgeeft, te verruilen tegen de wetenschap, dat het rccht in het algemeen een puur begrip is, dat wij met behulp van de denkkracht aan de verschillende enkele rechten ontnemen. Het recht in het algemeen beteekent niet meer en niet minder, dan iedere soortnaam, dan bv. het hoofd in het algemeen. Ieder werkelijk hoofd is een apart, óf een menschen- óf een dierenhoofd, breed of lang, smal of dik, d. w. z. eigenaardig of individueel gevormd. Maar ieder apart hoofd heeft toch weer algemeene eigenschappen, eigenschappen die aan alle hoofden overeenstemmend behooren. b.v. het opperhoofd van het lichaam te zijn. Ja, ieder hootd heeft evenveel algemeens als aparts, niet meer eigen dan gemeen. Het denkvermogen neemt uit de enkele, werkelijke hoofden het algemeene en verschaft zich zoo het begrip van het hoofd, dat is het hoofd in het algemeen. Evenals het hoofd in het algemeen het gemeenschappelijke van alle hoofden, zoo beteekent het recht in het algemeen het gemeenschappelijke aller rechten. Beide zijn het begrippen en geen dingen.

Ieder wezenlijk recht is een bijzonder, slechts recht onder zekere omstandigheden, voor zekere tijden, voor dit of dat volk. „Gij zult niet dooden," is recht in vredestijd, onrecht in den oorlog; recht voor de meerderheid van onze maatschappij, die aan hunne domineerende behoefte de grillen van den hartstocht opgeofferd wil, maar onrecht voor den wilde, die niet zoo ver gekomen om een vredig

Sluiten