Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meene en het bijzondere. De opsporing van deze tegenstelling vertoont zich als haar doei of als geheel resultaat van de filosofische navorsching. De filosofie vond haar einde in de kennis, dat het goddelijke wereldsch en het wereldsche goddelijk is, dat de ziel tot het lichaam, de geest tot het vleesch, het denken tot het zijn, het verstand tot de zintuigen geheel zoo staat, als de eenheid tot de menigvuldigheid of als het algemeene tot het bijzondere. De filosofie is met de dwalende vooronderstelling begonnen, dat uit de een, als de eerste, de twee, drie, vier, het veelvuldige als iets opeenvolgends te voorschijn gekomen zou zijn. Zij eindigde met de kennis, dat de waarheid of werkelijkheid deze vooronderstelling op haar kop zet; dat de veelvormige werkelijkheid, de zinnelijke veelvuldigheid, het bijzondere het eerste is, waaruit naderhand de menschelijke hersen-functie het begrip der eenheid of algemeenheid afleidt.

Geen uitkomst der wetenschap staat in vergelijking tot de uitgaaf van genie en scherpzinnigheid, die deze eene kleine spekulatieve vrucht gekost heeft. Maar" ook geen wetenschappelijke nieuwigheid vindt zulke oude diepwortelende hindernissen voor hare erkenning. Alle met het resultaat der filosofie onbekende hoofden worden beheerscht door het oude geloof aan de werkelijkheid van een echt, waar, algemeen heil, waarvan de ontdekking alle onechte, schijnbare, bijzondere heiligdommen te schande zou maken, terwijl ons de kennis van het denk-proces het gezochte heil als een produkt van de hersens leert kennen, dat juist, omdat het een algemeen, d. w. z. abstrakt heil zijn moet, geen zinnelijk of werkelijk, d. w. z. bijzonder heil zijn kan. In het geloof aan een totaal onderscheid tusschen echt en onecht heil wordt de onwetendheid gemanifesteerd over den gang van geestelijke operaties. Pythagoras nam het getal als het wezen der dingen. Had de Griek dit wezen der dingen als hoofdof verstandsding kunnen kennen en het getal dan als het wezen van het verstand, als den gemeenschappelijken of abstrakten inhoud van al het geestelijke doen bepaald, dan zou al de strijd gespaard zijn geworden, dien men sedert dien tijd over de verschillende vormen der absolute waarheid, over de „dingen op zich zelf" gevoerd heeft.

Ruimte en tijd zijn de algemeene vormen der werkelijkheid, of de werkelijkheid bestaat zooals bekend is in de ruimte en in den tijd. Als gevolg daarvan is ieder werkelijk heil plaatselijk en tijdelijk en ieder plaatselijk en tijdelijk heil werkelijk. De verschillendste heilzaamheden zijn, in zoover zij heilzaam zijn, slechts volgens hun wijdte en breedte, volgens het kwantum van hun uitbreiding, volgens het aantal ver schillend. Ieder heil, zoowel het ware als het vermeende, is aan ons

Sluiten